Niet alleen werd de regering ingelicht, een vertegenwoordiger van het Bundeskanzleramt kreeg een lijst en foto’s van de kunstwerken mee. “Al vanaf het begin heerste het vermoeden dat het mogelijk om goederen ging die toebehoorden aan derden”, zei Hedke.
Het Duitse tijdschrift Focus kwam achter de vondst in het appartement van Cornelius Gurlitt, de zoon van een kunsthandelaar, en publiceerde daar begin deze maand als eerste over. De regering zei toen ‘meerdere maanden’ van de vondst van de schilderijen, prenten en tekeningen af te weten.
Joodse groepen en advocaten van potentiële rechthebbenden eisen openheid over het onderzoek naar de 1406 kunstwerken, waarvan een deel door de nazi’s buit zou zijn gemaakt.
Volgens juridisch deskundigen kan het nog een hele kluif worden om de kunstwerken terug te krijgen. Vanwege de verjaringstermijn van dertig jaar is het nog maar de vraag of personen die menen aanspraak te kunnen maken op kunstwerken in het gelijk worden gesteld.